ECLI:NL:RBDHA:2020:7678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig desertie- en uitreisverhaal uit Eritrea
Eiser, een Eritrese staatsburger, diende een asielaanvraag in met het argument dat hij was gedeserteerd uit het leger en illegaal uit Eritrea was vertrokken. Hij wilde een zelfstandige verblijfsvergunning verkrijgen om vervolgens nareis aan te vragen voor zijn gezin.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende geloofwaardige details kon geven over zijn desertie, de betrokken medesoldaat, de omstandigheden in het militaire kamp Sawa en zijn vlucht naar Soedan. Ondanks herhaalde vragen bleef eiser vaag en inconsistent in zijn verklaringen.
Eiser voerde in beroep aan dat hij tot een groep behoorde die illegaal was vertrokken en daardoor niet kon worden teruggestuurd, en verwees naar ambtsberichten en eerdere uitspraken. De rechtbank oordeelde echter dat het aan eiser was om zijn verhaal aannemelijk te maken en dat hij daarin tekort was geschoten.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht het asielrelaas ongeloofwaardig achtte en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het desertie- en uitreisverhaal.