Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [1987]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft vervolgens op 26 juli 2019 een nieuw besluit genomen en daarin wederom de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag van eiser. Bij uitspraak van 26 augustus 2019 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, het beroep van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft geen hoger beroep ingediend.
Bij uitspraak van 31 juli 2019 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, het beroep van eiseres en haar kind ongegrond verklaard.
Deze uitspraak is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) bij uitspraak van 21 augustus 2019 (201905983/1/V1) bevestigd.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond:
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder binnen een termijn van vier weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit neemt op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- verbiedt verweerder om eisers over te dragen aan Italië tot vier weken nadat verweerder een nieuw besluit heeft genomen op het bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 525,-.
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 525,-