ECLI:NL:RBDHA:2020:7655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit Eritrese asielzoeker
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij zijn land had verlaten vanwege het ontbreken van vrijheid en de dreiging van gedwongen militaire dienst. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van geloofwaardige bewijsstukken ter onderbouwing van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst.
De rechtbank overwoog dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk had gemaakt met officiële documenten; de overgelegde kerkelijke doopakte werd door Bureau Documenten onderzocht en als waarschijnlijk niet authentiek beoordeeld. Eiser gebruikte meerdere aliassen en gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn persoonlijke gegevens en schoolkaart. Ook zijn kennis over Eritrea en de militaire dienstplicht was summier en onvoldoende overtuigend.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag als ongegrond heeft afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de bewijsverplichting. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit, nationaliteit en herkomst.