ECLI:NL:RBDHA:2020:7654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Rohingya wegens ontbreken vluchtelingenstatus en reëel risico ernstige schade
Eisers, van Rohingya afkomst en in het bezit van Pakistaanse paspoorten, vroegen asiel aan in Nederland nadat zij uit de VAE zouden worden uitgezet. Zij vreesden vervolging en discriminatie in Pakistan, met name arrestatie van eiser vanwege vermeende onrechtmatigheid van zijn paspoort.
De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat hij de Pakistaanse nationaliteit van eisers geloofwaardig achtte en onvoldoende bewijs zag voor vluchtelingenstatus of een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank volgde dit oordeel na een zorgvuldige toetsing van de geloofwaardigheid, documenten en landeninformatie.
De rechtbank oordeelde dat discriminatie in Pakistan niet zodanig ernstig was dat dit vluchtelingenstatus rechtvaardigt. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer daadwerkelijk zal worden aangehouden of gedetineerd. De door eisers overgelegde documenten en verklaringen gaven geen reden tot nader onderzoek.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de asielaanvragen definitief afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af wegens onvoldoende bewijs van vluchtelingenstatus en reëel risico op ernstige schade.