ECLI:NL:RBDHA:2020:7638
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na definitieve uitspraak
Verzoekster, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 9 juli 2020, die gelijktijdig met een andere zaak werd behandeld, verscheen verzoekster met een gemachtigde en tolk. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat op dezelfde dag in zaak NL20.10397 de rechtbank uitspraak deed op het beroep, was een voorlopige voorziening niet langer mogelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet in een openbare zitting plaats, maar zal deze worden uitgesproken zodra dat weer mogelijk is. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.