Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
verzoekende partij in de zaak van het verzoek,
Rechtbank Den Haag
Werkneemster werd op staande voet ontslagen wegens diefstal van een trui en servetten van bewoners van een zorginstelling. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven, waardoor het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was en werd vernietigd.
Vervolgens werd de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster. De kantonrechter achtte de diefstal bewezen op basis van verklaringen van collega's en het feit dat werkneemster de gedragingen had erkend. Persoonlijke omstandigheden en medicijngebruik werden niet als verzachtende factoren erkend.
De kantonrechter wees de vorderingen tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling af vanwege de ernstige verwijtbaarheid. De transitievergoeding werd geweigerd, maar een vergoeding wegens onregelmatige opzegging werd toegekend, gematigd tot drie maanden loon vanwege de ernst van het verwijt aan werkneemster.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Ontslag op staande voet vernietigd wegens niet-onverwijlde aanzegging, arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen, transitievergoeding afgewezen, vergoeding onregelmatige opzegging gematigd toegekend.