ECLI:NL:RBDHA:2020:7615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot machtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
Het verzoek werd ondersteund door een medische verklaring, een zorgplan, een beoordeling van de geneesheer-directeur, justitiële documentatie en politiemutaties. De medische verklaring was opgesteld door een psychiater die betrokkene onderzocht, maar deze was niet bij de behandeling betrokken. Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19 maatregelen, was betrokkene niet aanwezig.
De rechtbank constateerde dat betrokkene niet was verschenen voor het persoonlijk onderzoek op 31 maart 2020 en dat de psychiater onvoldoende inspanningen had verricht om alsnog een persoonlijk onderzoek te verrichten. De medische verklaring voldeed daardoor niet aan de vereisten, mede omdat de informatie verouderd was. Op grond hiervan werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voor verplichte zorg wordt afgewezen wegens onvoldoende persoonlijke medische beoordeling en verouderde informatie.