ECLI:NL:RBDHA:2020:7610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van onvoldoende zorg- en opvoedingstaken volgens Chavez-arrest
Eiseres, met de Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER om bij haar Nederlandse zoon te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken verricht en dat er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat het kind de EU zou moeten verlaten bij weigering.
Eiseres voerde aan dat verweerder onvoldoende onderzoek deed en dat deskundigen zoals de Raad voor de Kinderbescherming geraadpleegd hadden moeten worden. De rechtbank overwoog dat op grond van het Chavez-arrest het aan de ouder is om aan te tonen dat het weigeren van verblijfsrecht ertoe leidt dat het kind de EU moet verlaten.
De rechtbank stelde vast dat de overgelegde stukken onvoldoende duidelijk maken welke zorg- en opvoedingstaken eiseres verricht en dat verklaringen van school en huisarts juist kunnen bijdragen aan deze beoordeling. Er was onvoldoende bewijs dat de zorg- en opvoedingstaken het marginale overstijgen. Ook was er onvoldoende aanwijzing voor een zodanige afhankelijkheid dat het kind de EU zou moeten verlaten.
Het bezwaar van eiseres werd terecht ongegrond verklaard omdat zij geen objectieve stukken overlegde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor zorg- en opvoedingstaken en afhankelijkheidsverhouding.