ECLI:NL:RBDHA:2020:7588

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 augustus 2020
Publicatiedatum
10 augustus 2020
Zaaknummer
AWB - 19 / 7605
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 VwArt. 66a VwArt. 66 Vw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onrechtmatig verblijf afgewezen

Eiser, een Albanese nationaliteit, verbleef onrechtmatig in Nederland en kreeg een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Hij stelde in beroep dat hij familie in de Europese Unie heeft met wie hij een familieleven onderhoudt, maar kon dit niet onderbouwen.

De rechtbank overwoog dat verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000 verplicht was het terugkeerbesluit en het inreisverbod op te leggen. Het enige punt van discussie was of om humanitaire of andere redenen van het inreisverbod afgezien had moeten worden of de duur ervan verkort.

Eiser gaf aan neven in Engeland en Italië te hebben, maar onderhield geen contact met hen en er was geen sprake van een afhankelijkheidsrelatie of belemmering voor familie om hem in Albanië te bezoeken. De rechtbank vond geen aanleiding om het besluit te wijzigen en verklaarde het beroep ongegrond.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter D. Biever op 10 augustus 2020 en kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/7605

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. F.M.A. Coenen).

Procesverloop

Bij besluit van 25 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder eiser opgedragen onmiddellijk de Europese Unie te verlaten en hem een inreisverbod opgelegd voor 2 jaar.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft per telefoon- en beeldverbinding plaatsgevonden op 23 juli 2020. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1994 en heeft de Albanese nationaliteit. Direct voorafgaand het opleggen van het bestreden besluit is eiser gehoord.
2. Verweerder heeft het bestreden besluit opgelegd omdat eiser onrechtmatig in Nederland verblijft en het risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij in de Europese Unie familie heeft wonen met wie hij regelmatig contact onderhoudt. Eiser heeft dit niet in de zienswijze naar voren gebracht omdat hij zijn familieleden niet wil benadelen.
4. De rechtbank overweegt als volgt.
4.1.
Eiser heeft de oplegging van het terugkeerbesluit niet betwist. Hij verbleef onrechtmatig in Nederland. Dat betekent dat verweerder op grond van artikel 62, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet alleen bevoegd, maar ook verplicht was om een terugkeerbesluit uit te vaardigen. Verweerder moet dan ook ingevolge artikel 66a, eerste lid, onder a, van de Vw een inreisverbod opleggen. Aan de orde is hier of verweerder, gelet op het bepaalde in artikel 66, achtste lid, van de Vw, om humanitaire of andere redenen had moeten afzien van het opleggen van het inreisverbod of aanleiding had moeten zien de duur van het inreisverbod te verkorten.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet had hoeven afzien van het opleggen van het inreisverbod of de duur ervan had moeten verkorten. Eiser heeft in het gehoor voorafgaand het opleggen van het bestreden besluit desgevraagd aangegeven neven in Engeland en Italië te hebben en nooit contact met ze te hebben. Hieruit blijkt dat eiser geen familieleven uitoefent met familieleden in de Europese Unie. Verder is niet gebleken van een afhankelijkheidsrelatie of belemmering die maakt dat de familieleden hem niet kunnen bezoeken in Albanië. Ook in beroep heeft eiser geen aanvullende motivering gegeven van het gestelde familieleven. Verweerder heeft in de verklaringen van eiser geen aanleiding hoeven zien om hieromtrent uitgebreider te motiveren dan hij heeft gedaan.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is gedaan op 10 augustus 2020.
de rechter is verhinderd te
ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.