ECLI:NL:RBDHA:2020:7571
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinprocedure.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd over het voornemen de zaak buiten zitting af te doen en op grond van artikel 8:57 Awb Pro is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
Op de dag van de uitspraak is echter al op het beroep beslist in een andere zaak (NL20.9766). Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A.M. Zwijnenberg, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep inmiddels is beslist.