Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 27 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
Er zijn wel medische klachten geconstateerd, echter hieruit voort vloeien geen beperkingen die relvant[sic]
zijn voor het horen en/of beslissen.” De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de enkele stelling dat eiseres uit beleefdheid zou hebben gezegd dat het goed met haar gaat, niet maakt dat de conclusie van de FMMU dat eiseres gehoord kon worden, onjuist zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gelet op het voorgaande niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel gehandeld en heeft verweerder het FMMU-advies van 13 november 2018 terecht aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd.
[Eiseres] vond het nader gehoor heel erg zwaar, hetgeen ook blijkt uit het verslag. Ze geeft aan dat het erg lang duurde, ik kreeg het een paar keer heel erg benauwd en ben bijna flauwgevallen. Het ging zo slecht met mij, iemand van VVN nam me bij de arm en nam me mee naar buiten, dat was heel lief. Ook kreeg ik anderhalf uur pauze om bij te komen. Ik wilde het gehoor graag afmaken zodat ik maar één dag hoefde te vertellen over mijn problemen. Ik kreeg pauzes als ik het nodig had. [Eiseres] is tevreden over de bejegening, Wel zijn mede door haar lichamelijke en geestelijke beperkingen (ouderdom, analfabetisme etc.) wat fouten in het gehoor geslopen.” In het licht van hetgeen in zoverre naar voren komt over het verloop van het nader gehoor, is de omstandigheid dat eiseres op leeftijd is, analfabeet is en tijdens het nader gehoor een aantal maal gepauzeerd heeft vanwege kortademigheid, om haar benen te strekken, wat water te drinken en even tot rust te komen, onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat eiseres onmiskenbaar niet in staat was haar asielrelaas naar voren te brengen en vragen daarover te beantwoorden. De rechtbank is voorts met verweerder van oordeel dat uit de rapporten van de gehoren blijkt dat voldoende rekening is gehouden met de behoeftes van eiseres.