ECLI:NL:RBDHA:2020:7505
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit na ongegrondverklaring beroep
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld dat verband hield met een lopend bestuursrechtelijk beroep. Volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist en er sprake is van connexiteit met het hoofdberoep.
De rechtbank heeft bij uitspraak van dezelfde dag het hoofdberoep van verzoeker ongegrond verklaard. Hierdoor is niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste dat stelt dat de voorlopige voorziening moet samenhangen met een lopend beroep of bezwaar. De voorzieningenrechter concludeert daarom dat het verzoek niet-ontvankelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en wordt later alsnog openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van connexiteit na ongegrondverklaring van het hoofdberoep.