ECLI:NL:RBDHA:2020:7468
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens reeds gewezen uitspraak
Verzoeker, een Palestijn geboren in 1981, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag op 3 maart 2020 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De zaak werd op 8 juli 2020 behandeld via een digitale zitting met vertegenwoordigers van beide partijen. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag in een gerelateerde zaak (NL20.6276) uitspraak had gedaan, was een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van de griffier. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet in een openbare zitting plaats, maar zal deze worden uitgesproken zodra het weer mogelijk is. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.