ECLI:NL:RBDHA:2020:7453
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij beëindiging WIA-uitkering
Verzoekster heeft tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering per 4 mei 2020 bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Uit de overgelegde bankafschriften bleek een negatief saldo van €692,87, maar ook geldstromen die de vaste lasten konden dekken. Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat zij in een acute financiële nood verkeerde, zoals dreigende huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen. Bovendien had haar echtgenoot en haar inwonende kinderen een inkomen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en dat het bezwaar kan worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.