ECLI:NL:RBDHA:2020:7446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie en middelenmisbruik
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1989, die lijdt aan schizofrenie en middelenmisbruik. Betrokkene was het niet eens met de diagnose en weigerde medewerking aan behandeling, wat leidde tot een zorgmachtiging.
De rechtbank nam kennis van medische verklaringen, een zorgplan, een beoordeling van de geneesheer-directeur en justitiële documentatie. Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19 maatregelen, verklaarden de waarnemend arts en de advocaat van betrokkene. Betrokkene wilde geen verplichte zorg en verzocht om uitstel om een eigen plan van aanpak op te stellen, maar de rechtbank wees dit af omdat betrokkene eerder daartoe in de gelegenheid was gesteld zonder gevolg.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene een floride psychotisch toestandsbeeld heeft dat leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en er geen minder bezwarende alternatieven zijn, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk en evenredig. De zorgmachtiging werd verleend met een geldigheidsduur tot 15 januari 2021.
Uitkomst: De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor verplichte zorg tot 15 januari 2021.