ECLI:NL:RBDHA:2020:7444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1965. Betrokkene lijdt aan een schizo-affectieve stoornis van bipolaire type, die leidt tot ernstig nadeel. Ondanks eerdere opname en behandeling is betrokkene sinds ontslag in mei 2020 niet goed bereikbaar en weigert zij vrijwillige zorg.
Tijdens de mondelinge behandeling op 24 juli 2020, die vanwege COVID-19 telefonisch plaatsvond, was betrokkene niet bereid zich te laten horen. De advocaat van betrokkene voerde aan dat de medische verklaring verouderd is en verzocht om afwijzing of beperking van de duur van de machtiging. De arts-assistent en ambulant behandelaar bevestigden dat betrokkene recent verslechterde en medicatie niet goed inneemt, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk is ondanks overschrijding van de beslistermijn door coronamaatregelen. Gezien het ernstig nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven achtte de rechtbank de gevraagde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig. De machtiging wordt verleend tot en met 22 november 2020, met de mogelijkheid tot diverse medische en vrijheidsbeperkende maatregelen, en een opname indien vrijwillige medewerking uitblijft.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg tot en met 22 november 2020.