ECLI:NL:RBDHA:2020:7423

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
C/09/595401 / JE RK 20-1553
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. van Loenhoud
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.1 JeugdwetArt. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voortzetting gesloten jeugdhulp na meerderjarigheid

De zaak betreft een verzoek van een gecertificeerde instelling om machtiging te verkrijgen voor voortzetting van de gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die binnenkort meerderjarig wordt. De minderjarige verblijft reeds in een gesloten accommodatie en de behandeling is nog niet afgerond. De ouders steunen het verzoek vanwege ernstige zorgen over de veiligheid en zelfredzaamheid van de minderjarige.

De minderjarige verzet zich tegen het verzoek en wenst niet langer in de gesloten accommodatie te verblijven na haar achttiende verjaardag. De kinderrechter heeft de minderjarige in raadkamer gehoord en constateert dat zij niet gemotiveerd is voor voortzetting van de behandeling of het vervolgtraject.

De kinderrechter oordeelt dat na het bereiken van de meerderjarigheid de minderjarige niet langer onder het wettelijke gezag valt en buiten het kader van de Jeugdwet valt. Gezien het vergaande karakter van de vrijheidsbeneming en het ontbreken van instemming, is er geen grondslag voor toewijzing van het verzoek. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot machtiging voor voortzetting gesloten jeugdhulp na meerderjarigheid wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/595401 / JE RK 20-1553
Datum uitspraak: 21 juli 2020

Beschikking van de kinderrechter

Afwijzing verzoek machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp

in de zaak naar aanleiding van het op 2 juli 2020 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen bij haar roepnaam: [minderjarige] ,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten te Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man]

hierna te noemen: de vader,
en

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,
hierna tezamen te noemen: de ouders,
beiden wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlagen;
  • de instemmingsverklaring d.d. 29 juni 2020 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die [minderjarige] met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
Op 21 juli 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:
  • [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat;
  • de ouders;
  • [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling.
[minderjarige] is in aanwezigheid van haar advocaat voorafgaand aan de zitting ook apart door de kinderechter in raadkamer gehoord.
Feiten
  • De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd.
  • De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
  • [minderjarige] verblijft feitelijk in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 december 2019 [minderjarige] onder toezicht gesteld en machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven van 25 december 2019 tot 29 juli 2020, zijnde tot het moment waarop [minderjarige] meerderjarig wordt.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden, nadat zij meerderjarig wordt, ingevolge artikel 6.1.1 en 6.1.2, tweede en vierde lid, Jeugdwet.
Aan het verzoek ligt ten grondslag dat de behandeling van [minderjarige] nog niet is afgerond en dat er nog geen passende vervolgplek is gevonden die aansluit bij de complexe problematiek. Het woonperspectief is een besloten woonomgeving met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering, waar het veilige en overzichtelijke leefklimaat geboden dat [minderjarige] nodig heeft. [minderjarige] is kwetsbaar en beïnvloedbaar, waardoor het risico bestaat dat zij in onveilige situaties terecht komt. Zij is bekend met seksueel overschrijdend gedrag, wegloopgedrag, automutilatie en middelenmisbruik. Gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige] , de aard van de problematiek en de nodige intensieve zorg, is het nog niet gelukt om een passende vervolgplek te realiseren waar zij verder kan worden begeleid. Om die reden is de voortzetting van het huidige verblijf en de behandeling noodzakelijk, om haar veiligheid te kunnen waarborgen. Zij staat wel op een wachtlijst voor een open woonvoorziening.
De ouders staan achter het verzoek van de gecertificeerde instelling, omdat zij zich ernstige zorgen maken over [minderjarige] en vrezen voor haar veiligheid als zij voor zichzelf moet zorgen.
[minderjarige] heeft zich verzet tegen het verzochte. Zij wil niet langer in de gesloten accommodatie blijven nadat zij achttien jaar wordt. De advocaat heeft aangevoerd dat [minderjarige] een andere visie op haar toekomst heeft en daarom verzoekt het onderhavige verzoek af te wijzen.

Beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] , die over enkele dagen meerderjarig wordt, zich tegen toewijzing van het verzoek verzet. Zij stemt niet in met de voortzetting van de behandeling in de gesloten accommodatie in afwachting van een vervolgplek en ziet daar het nut niet van in. Zij heeft andere toekomstplannen en is daarom niet gemotiveerd voor de behandeling of het vervolgtraject dat de betrokkenen voor ogen hebben. Ondanks dat er sprake is van een kwetsbare ontwikkeling en er ernstige zorgen zijn over haar zelfredzaamheid, staat [minderjarige] na haar achttiende verjaardag niet meer onder het wettelijke gezag en valt zij buiten het kader van de jeugdhulp. Om die reden is er naar het oordeel van de kinderrechter geen grondslag voor toewijzing van het onderhavige verzoek in het kader van de Jeugdwet, in het bijzonder omdat het een vergaande vorm van vrijheidsbeneming betreft waar [minderjarige] niet mee instemt.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
wijst af het verzoek tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2020 door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Viezee als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 juli 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.