ECLI:NL:RBDHA:2020:7247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opname in accommodatie als vorm van verplichte zorg bij stabiele geestelijke toestand
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en een stoornis in het middelengebruik. Betrokkene was niet bereid zich te laten horen tijdens de zitting, maar zijn advocaat voerde aan dat betrokkene de stoornis betwist maar de medicatie accepteert en dat de huidige situatie gehandhaafd moet blijven.
De rechtbank stelde vast dat de behandeling van het verzoek na de wettelijke beslistermijn plaatsvond vanwege coronamaatregelen, maar verklaarde het verzoek ontvankelijk. Uit de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur bleek dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De voorgestelde vormen van zorg betreffen het toedienen van medicatie, medische controles en therapeutische maatregelen.
De rechtbank oordeelde dat opname in een accommodatie als vorm van verplichte zorg niet noodzakelijk is, omdat het huidige stabiele toestandsbeeld van betrokkene al ruim twee jaar gehandhaafd wordt met depotmedicatie en ambulante zorg. Er is geen reëel risico op decompensatie en geen aanleiding om de machtiging uit te breiden met opname. De zorgmachtiging wordt verleend tot 9 november 2020, met de mogelijkheid tot noodmaatregelen en wijziging indien opname later toch noodzakelijk blijkt.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en benadrukte dat verplichte zorg zo veel mogelijk ambulant dient te worden toegepast, conform de Wvggz. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging zonder opname in een accommodatie vanwege het stabiele toestandsbeeld van betrokkene.