ECLI:NL:RBDHA:2020:7246
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak over Dublinverantwoordelijkheid Italië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank in de bodemzaak het beroep reeds ongegrond heeft verklaard.
De zitting vond plaats via Skype, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen noodzaak meer was voor een voorlopige voorziening en wees het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 7 juli 2020 en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak ongegrond is verklaard.