ECLI:NL:RBDHA:2020:7245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek zorgmachtiging wegens vrijwillige opname en intrinsieke motivatie betrokkene
De rechtbank Den Haag behandelde op 29 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een alcoholstoornis, PTSS en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis.
Betrokkene is sinds 25 mei 2020 vrijwillig opgenomen in een zorginstelling en toont intrinsieke motivatie om behandeld te worden. De psychiater gaf aan dat de opname bedoeld is om langdurige behandeling mogelijk te maken, maar twijfelde aan de motivatie van betrokkene in zwaardere momenten. De rechtbank constateert echter dat onvoldoende is gebleken dat verplichte zorg noodzakelijk is, mede omdat een zorgmachtiging mogelijk een negatieve invloed kan hebben op de motivatie.
De rechtbank overweegt dat indien betrokkene zich verzet tegen noodzakelijke zorg en daardoor ernstig nadeel dreigt, behandelaren alsnog een zorgmachtiging of crisismaatregel kunnen aanvragen. Gezien de vrijwillige opname en motivatie van betrokkene wijst de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene zich vrijwillig laat behandelen en verplichte zorg niet noodzakelijk is.