Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, geboren op [geboortedag] 1999, van Afghaanse nationaliteit,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 8 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. Tevens heeft verweerder aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 8 november 2019;
- draagt verweerder op opnieuw op de aanvraag te beslissen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten, begroot op € 1.050,00.