ECLI:NL:RBDHA:2020:7198
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding
Eiser, van Egyptische nationaliteit, is sinds februari 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel tot 15 juni 2020 rechtmatig was en beoordeelt nu alleen de rechtmatigheid vanaf dat moment. Eiser klaagt over onvoldoende voortvarendheid van verweerder in het LP-traject, mede door corona-maatregelen, en betoogt dat verweerder meer had moeten doen om uitzetting te bespoedigen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de reactie van de Egyptische autoriteiten op de LP-aanvraag mag afwachten, aangezien deze autoriteiten niet vooraf hebben aangegeven geen LP te zullen verstrekken. Ook het feit dat het onderzoek lang duurt is niet doorslaggevend. Eiser heeft geen actie ondernomen om zijn identiteit te bewijzen en de redelijke termijn van bewaring is nog niet verstreken.
Verder is het beroep ongegrond omdat er geen zicht ontbreekt op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.