ECLI:NL:RBDHA:2020:7192
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in kort geding ontruiming woning
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een kort gedingzaak betreffende de ontruiming van een woning. Het verzoek betrof vier gronden, waarvan drie procedurele beslissingen betreffen: het niet inhoudelijk reageren op een brief, het niet verlenen van uitstel voor het indienen van een schriftelijke reactie, en het afwijzen van een verzoek om meer spreektijd.
De wrakingskamer overweegt dat procedurele beslissingen in beginsel geen grond voor wraking kunnen vormen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid opleveren. Verzoeker heeft onvoldoende concrete omstandigheden aangevoerd om dit aan te tonen.
De vierde grond betrof de afwijzing van een verzoek om de curator niet-ontvankelijk te verklaren, maar uit het dossier blijkt niet dat de rechter hierover al een inhoudelijke beslissing heeft genomen. Daarom wordt ook deze grond afgewezen.
De wrakingskamer wijst het wrakingsverzoek af en bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond bij het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen van vooringenomenheid.