ECLI:NL:RBDHA:2020:7126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom en afvalligheid in Iran
Eiseres, een Iraanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar afstand van de islam en bekering tot het christendom. Zij stelde dat zij in Iran werd bedreigd vanwege haar geloofsafwijking en lidmaatschap van een spirituele groep. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van haar verklaringen over de bekering en de daaruit voortvloeiende problemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van eiseres' relaas over de inval van de inlichtingendienst en haar bekering tot het christendom in twijfel trok. De verklaringen waren vaag, onlogisch en onvoldoende onderbouwd met bewijs. Ook de gestelde problemen met haar werkgever en familie werden niet aannemelijk geacht.
Verder werd geoordeeld dat de afstand van de islam op zichzelf geen vluchtelingenstatus rechtvaardigt, zeker niet wanneer eiseres geen serieuze problemen had ondervonden. De rechtbank verwierp ook het bezwaar dat de minderjarige zoon niet apart was gehoord, omdat diens bekering niet aannemelijk was.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering en de gestelde problemen.