ECLI:NL:RBDHA:2020:7123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenherenhuis met bouwjaar 1901 in slechte staat
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn tussenherenhuis, gebouwd in 1901, die door de gemeente Den Haag was vastgesteld op €500.000 voor het jaar 2019. Na bezwaar stelde de gemeente de waarde bij op €440.000. De rechtbank beoordeelde of deze waarde correct was vastgesteld op basis van marktgegevens rond de waardepeildatum 1 januari 2018.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw moet worden vastgesteld aan de hand van actuele marktgegevens en dat eerdere waarderingen niet relevant zijn. De gemeente had vier vergelijkbare woningen in dezelfde straat gebruikt als referentie, met prijzen per m² variërend van €1.992 tot €3.333, afhankelijk van de staat van onderhoud.
De gehanteerde waarde van €440.000 was gebaseerd op een prijs van €1.509 per m², aanzienlijk lager dan de vergelijkingsobjecten, waarmee voldoende rekening werd gehouden met de slechte staat van onderhoud van de woning. De rechtbank concludeerde dat de gemeente aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €440.000 wordt ongegrond verklaard.