Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
PD Montage B.V.,
Rechtbank Den Haag
Verzoeker trad op 1 juni 2019 in dienst bij PD Montage B.V. als kozijnmonteur voor een bepaalde tijd tot 31 december 2019. Op 10 oktober 2019 werd verzoeker aangesproken op het gebruik van zijn mobiele telefoon tijdens werktijd en gesommeerd deze in zijn auto of op kantoor achter te laten. Verzoeker vertrok daarop naar zijn auto en reed weg, waarna de werkgever hem per Whatsapp sommeerde binnen 30 minuten terug te keren, bij gebreke waarvan sprake zou zijn van werkweigering.
Verzoeker reageerde niet op het bericht en ontving op 16 oktober 2019 een ontslagbrief gedateerd 10 oktober 2019, waarin het ontslag op staande voet wegens werkweigering werd bevestigd. Verzoeker betwistte de rechtsgeldigheid van het ontslag, stellende dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en dat het gebruik van de mobiele telefoon geen dringende reden voor ontslag opleverde.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven, omdat het incident op 10 oktober plaatsvond en de brief pas op 16 oktober werd ontvangen, terwijl de werkgever de brief al op 10 oktober had kunnen verzenden. Ook was niet gebleken dat verzoeker voorafgaand aan het ontslag was gehoord. De kantonrechter vernietigde het ontslag op staande voet en kende verzoeker een billijke vergoeding toe van €6.000 bruto, gelijk aan het loon tot het einde van het dienstverband.
Daarnaast werd verzoeker het achterstallige loon over oktober 2019 met vakantietoeslag en wettelijke verhoging toegekend. De overige vorderingen van verzoeker werden deels toegewezen en deels buiten beschouwing gelaten wegens late indiening. De vorderingen van PD Montage werden afgewezen. PD Montage werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven; verzoeker krijgt een billijke vergoeding en achterstallig loon toegekend.