Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
A.C. Karels, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 2 juli 2020 beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van 1 juli 2020. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, waarin specifiek wordt aangegeven waarom men het niet eens is met het besluit. Eiser heeft deze gronden niet vermeld in het oorspronkelijke beroepschrift.
De rechtbank heeft eiser op 2 juli 2020 verzocht om binnen één week de gronden alsnog in te dienen. Eiser heeft deze gronden pas op 15 juli 2020 ingediend, wat buiten de gestelde termijn viel. Er is geen verontschuldiging gegeven voor deze vertraging.
Daarom heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.P.W. van de Ven en griffier A.C. Karels, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.