Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
eisergegrond;
eiseresniet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag
Eisers, echtgenoten en staatloze Palestijnen uit Syrië, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan via hun zoon als referent. Verweerder wees de aanvragen af omdat deze niet binnen drie maanden na verlening van de asielvergunning aan de referent waren ingediend, zonder dat was aangetoond dat dit buiten hun schuld was.
Eisers maakten bezwaar, dat bij besluit van 7 mei 2019 ongegrond werd verklaard. Het beroep van eiseres werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden zonder voortzetting door erven. Eiser stelde dat de aanvraag onjuist als nareisaanvraag was gekwalificeerd, terwijl het een reguliere mvv-aanvraag op grond van artikel 8 EVRM Pro betrof.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door de aanvraag te kwalificeren als nareisaanvraag, mede omdat de aanvraag zonder professionele rechtsbijstand was ingediend en de begeleidende brief verwees naar artikel 8 EVRM Pro. Verweerder had nader moeten onderzoeken hoe de aanvraag moest worden geduid.
Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.
Het beroep van eiseres werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na haar overlijden.
Uitkomst: Het beroep van eiser is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen; het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard.