ECLI:NL:RBDHA:2020:7035
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling kinderbijslag over 2018
Eiser heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn in 2017 geboren zoon die in november 2018 in Nederland is ingeschreven. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende kinderbijslag toe vanaf het eerste kwartaal van 2019 en weigerde deze over 2018, behalve het tweede kwartaal waarop een gedeeltelijke toekenning van 70% werd vastgesteld.
Eiser voerde in beroep aan dat hij wel aan zijn onderhoudsplicht had voldaan en dat de hoogte van de toegekende kinderbijslag onjuist was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van betaling over het eerste, derde en vierde kwartaal van 2018 en dat de vaststelling van 70% kinderbijslag over het tweede kwartaal conform het toepasselijke verdrag met Marokko was.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht was genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter D.R. van der Meer en griffier J.P.G. van Egeraat op 17 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot vaststelling van kinderbijslag over 2018 wordt ongegrond verklaard.