ECLI:NL:RBDHA:2020:7033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Palestijn in verlengde procedure wegens onvoldoende aannemelijkheid van bedreigingen en familieconflicten
Eiser, een staatloos Palestijn, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in de verlengde procedure. Hij stelde bedreigd te worden door familievetes en een gewelddadige omgeving, waaronder een moord op zijn oom en meerdere aanvallen op zijn persoon. Het bestreden besluit wees de aanvraag af als ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de identiteit en enkele incidenten zoals mishandeling en beschieting aannemelijk zijn, het verband tussen deze incidenten en de familieconflicten onvoldoende is onderbouwd. De dreigbrief en andere stukken konden niet als vaststaand feit worden aangenomen vanwege twijfel over echtheid. Ook werd het nieuwe asielmotief van afvalligheid van de islam niet betrokken wegens ontoelaatbare vertraging en onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat verweerder een integrale en samenhangende beoordeling heeft gemaakt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.