ECLI:NL:RBDHA:2020:6998
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod in centrum Den Haag
Verzoeker heeft tegen een gebiedsverbod, opgelegd door de burgemeester van Den Haag vanwege structurele ernstige overlast, een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Het gebiedsverbod geldt van 11 juli 2020 tot en met 11 oktober 2020 en betreft het centrum van Den Haag.
Verzoeker stelde dat hij dakloos is en afhankelijk is van het gebied om in zijn bestaan te voorzien, onder meer door het ophalen en verkopen van straatkranten en het ontvangen van voedsel van restauranthouders. Verweerder betwistte het spoedeisend belang en stelde dat verzoeker gebruik kan maken van andere voorzieningen en opvanglocaties.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om een spoedeisend belang aan te nemen. Ook het feit dat verzoeker recentelijk veroordeeld is wegens overtreding van het gebiedsverbod en dat de strafrechter het goed acht dat hij tegen het besluit opkomt, leidt niet tot een andere conclusie. Het verzoek wordt daarom zonder zitting afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.