ECLI:NL:RBDHA:2020:6944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken duurzame en exclusieve relatie
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, had een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid bij mevrouw [B]. Na melding van het verbreken van deze gezinsband vroeg eiser een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij mevrouw [A]. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie die gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk.
Eiser had geen ingevulde partnervragenlijst overgelegd en slechts een kort, ongedateerd en niet ondertekend briefje als bewijsstuk. Ook de verklaringen van de kinderen van referente en foto’s werden door verweerder als onvoldoende objectief en verifieerbaar beoordeeld. Eiser stelde dat verweerder hem ten onrechte niet had gehoord, maar de rechtbank oordeelde dat het horen in deze procedure niet noodzakelijk was omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond over het besluit.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van een duurzame en exclusieve relatie en dat verweerder terecht het besluit had genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.