ECLI:NL:RBDHA:2020:6907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit door huwelijk met vrouw
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vervolging wegens zijn homoseksualiteit. Hij stelde dat hij in Pakistan mishandeld en bedreigd werd vanwege zijn seksuele gerichtheid. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de geloofwaardigheid van de homoseksualiteit van eiser betwijfelde.
Tijdens de zitting verklaarde eiser dat hij in Nederland een relatie had met een vrouw met wie hij op korte termijn zou trouwen. Dit stond haaks op zijn eerdere verklaringen waarin hij uitsluitend interesse in mannen had en zelfs tot God had gebeden om niet homoseksueel te zijn. De rechtbank achtte dit tegenstrijdig en volgde de staatssecretaris in het oordeel dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk homoseksueel is.
Eiser voerde ook aan dat hij vreest vervolging vanwege zijn geloofsbeleving, maar dit werd niet tijdig ingebracht en bleef buiten beschouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van zijn homoseksualiteit mede door zijn voorgenomen huwelijk met een vrouw.