ECLI:NL:RBDHA:2020:6900
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen stelde verzoekster beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 15 juni 2020, waar verzoekster en haar gemachtigde aanwezig waren, werd het beroep in zaak NL20.6256 gegrond verklaard. Hierdoor verviel het vereiste van connexiteit zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat noodzakelijk is voor het toewijzen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Tevens werd overwogen dat door de rechtsmiddelenclausule in het bestreden besluit de rechtsgevolgen van het besluit zijn opgeschort, waardoor het verzoek niet noodzakelijk was. De rechtbank veroordeelde verweerder niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard en het connexiteitsvereiste niet langer geldt.