ECLI:NL:RBDHA:2020:6886
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij bijstandsuitkering na intrekking en afwijzing aanvraag
Verzoekster had een bijstandsuitkering die per 30 augustus 2019 werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenverplichting. Zij diende op 5 februari 2020 een nieuwe aanvraag in, die door verweerder aanvankelijk buiten behandeling werd gesteld vanwege ontbrekende gegevens. Later werd deze aanvraag afgewezen.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om een voorschot op de bijstand te verkrijgen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, maar dat het verzoek niet-ontvankelijk was voor het eerste besluit omdat dit was vervangen door het tweede besluit.
Voor het tweede besluit zag de voorzieningenrechter geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening, aangezien een vergelijkbare voorziening reeds was toegekend in een eerdere uitspraak. Het verzoek werd daarom afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de gevraagde voorziening reeds is toegekend, en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.