ECLI:NL:RBDHA:2020:6801
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit
Verzoekster, van Indonesische nationaliteit, had een aanvraag voor verblijf bij een nieuwe referent ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Tegen dit primaire besluit maakte zij bezwaar. Tijdens de bezwaarprocedure verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is, het zogenaamde connexiteitsvereiste. Inmiddels was op 7 mei 2020 het bezwaar gegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.
Verzoekster had het verzoek om voorlopige voorziening niet ingetrokken en ook geen beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter J.M. Janse van Mantgem en griffier N. Joacim, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.