ECLI:NL:RBDHA:2020:6723
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure statushouder uit Italië
Verzoeker, van Gambiaanse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Eerder had de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen waarbij de opvang van verzoeker werd gecontinueerd totdat de rechtbank uitspraak zou doen op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. Op 7 juli 2020 vond de zitting plaats, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening slechts mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat op dezelfde dag uitspraak was gedaan in een gerelateerde zaak (NL20.6405), is de voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E.I. Terborg-Wijnaldum en griffier M.A.J. van Beek. Vanwege corona-maatregelen vond de uitspraak niet openbaar plaats, maar zal dit worden ingehaald zodra mogelijk. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.