ECLI:NL:RBDHA:2020:6673
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 8 mei 2020 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft na verkregen toestemming van partijen besloten het onderzoek ter zitting achterwege te laten. Vervolgens is geoordeeld dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank inmiddels op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan in de beroepszaak, is het verzoek om voorlopige voorziening niet meer mogelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.J. van Keken, in aanwezigheid van griffier M. Belhaj, en is vanwege coronamaatregelen niet openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.