ECLI:NL:RBDHA:2020:6625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid mishandelingen en problemen door grondbezit
Eiser, een Russische nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van vrees voor vervolging vanwege problemen en mishandelingen gerelateerd aan het niet verkopen van zijn grond in Rusland. Hij stelde dat hij bedreigd en mishandeld werd nadat hij een verkoopaanbod had afgewezen.
De rechtbank achtte de identiteit, nationaliteit en het eigendom van de grond geloofwaardig, maar vond de verklaringen over de problemen en mishandelingen niet aannemelijk. Eiser overlegde geen eigendomsdocumenten en kon niet overtuigend uitleggen waarom hij deze niet had meegenomen bij zijn vlucht. Ook de medische verklaring over verwondingen was onvoldoende om mishandeling door derden aan te tonen.
Verder waren de verklaringen over de betrokkenheid van een familielid van de president en autoriteiten tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat er geen reëel risico bestaat op een in artikel 3 EVRM Pro of Anti-folterverdrag verboden behandeling bij terugkeer naar Rusland.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.