ECLI:NL:RBDHA:2020:6620
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit na ongegrondverklaring beroep
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op tijdelijke humanitaire gronden, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Tegen dit primaire besluit werd bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank.
Tegelijkertijd diende verzoekster een verzoek om voorlopige voorziening in. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien tegen een besluit beroep is ingesteld of bezwaar is gemaakt. Echter, de rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, waardoor niet langer wordt voldaan aan het connexiteitsvereiste van artikel 8:81 Awb Pro.
De voorzieningenrechter paste artikel 8:83, derde lid, Awb toe en verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen en griffier I.N. Powell, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van connexiteit na ongegrondverklaring van het beroep.