ECLI:NL:RBDHA:2020:6619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning humanitair tijdelijk wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld
Eiseres, een Marokkaanse vrouw die gehuwd was met een Nederlander, vroeg een verblijfsvergunning onder de beperking 'humanitair tijdelijk' aan vanwege huiselijk en eergerelateerd geweld. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de vrijstellingscriteria. Tevens werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij slachtoffer was van huiselijk geweld dat tot de verbreking van de relatie leidde.
De rechtbank overwoog dat eiseres geen objectief verifieerbare bewijsstukken had overgelegd, zoals recente politieverklaringen of aangifte, die het huiselijk geweld aannemelijk maakten. Ook de door haar ingediende medische en hulpverleningsrapporten waren onvoldoende, omdat deze gebaseerd waren op haar eigen verklaringen en niet gericht waren op waarheidsvinding. De beslissing van het Schadefonds geweldsmisdrijven werd niet als doorslaggevend beschouwd.
Verder was niet gebleken dat eiseres zich niet elders in Marokko kon vestigen om aan het geweld te ontkomen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had afgezien van het horen van eiseres bij bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning humanitair tijdelijk wordt ongegrond verklaard.