Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
verzoekende partij,
1.Procedure
- het verzoekschrift met producties, ter griffie ingekomen op 21 januari 2020;
- het verweerschrift met producties.
Rechtbank Den Haag
Op 16 maart 2006 liep de werknemer tijdens werkzaamheden een knieletsel op, met een functionele invaliditeit van 4%. De werkgever erkende de aansprakelijkheid en betaalde een bedrag van €32.400,00, inclusief buitengerechtelijke kosten. Na een psychiatrische expertise in 2017 concludeerde de expert dat psychische klachten niet verband hielden met het ongeval. De werknemer wenste een nieuwe psychiatrische expertise en vorderde vergoeding van bijkomende kosten.
De werkgever stelde dat de deelgeschilprocedure niet de juiste weg was voor het verzoek, dat het causaal verband ontbrak en dat de schade reeds was vergoed. De kantonrechter oordeelde dat het verzoek niet geschikt was voor behandeling in deelgeschil, omdat een verzoek tot voorlopig deskundigenbericht de juiste procedure is. Tevens waren de nevenverzoeken niet geschikt voor deelgeschil en was onduidelijkheid over de buitengerechtelijke kosten.
De kantonrechter wees het verzoek af wegens onontvankelijkheid en oordeelde dat de procedure onnodig was ingesteld. De kosten van de procedure worden niet begroot of vergoed. De uitspraak werd gedaan op 24 juni 2020.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot psychiatrische expertise en vergoeding van kosten.