ECLI:NL:RBDHA:2020:6578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken aanvraag Registratie Niet Ingezetenen
Opposante heeft een verzoek ingediend tot het opleggen van een dwangsom omdat de gemeente Eindhoven niet tijdig zou hebben beslist op haar aanvraag tot correctie van de Registratie Niet Ingezetenen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de brief van 1 februari 2019 niet als een aanvraag in de zin van artikel 4:2 Awb Pro kon worden beschouwd.
Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in en voerde aan dat eerdere correspondentie wel als aanvraag moest worden gezien en dat zij gehoord wilde worden. De rechtbank oordeelt echter dat alleen de brief van 1 februari 2019 relevant is voor de vraag of er een aanvraag is gedaan waarop een besluit genomen had moeten worden.
De rechtbank wijst het verzet af omdat de eerdere brieven niet relevant zijn voor het oordeel en er geen sprake is van willekeur of vooringenomenheid. De uitspraak van 26 september 2019 blijft daarmee in stand en het verzet wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een aanvraag.