ECLI:NL:RBDHA:2020:6547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag Oekraïense LHBT'er
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende persoon, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag in 2016 ongegrond was verklaard en onherroepelijk was geworden. Verweerder verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk op grond dat er geen nieuwe elementen of bevindingen waren die tot een ander oordeel konden leiden.
Eiser stelde dat de overgelegde documenten nieuwe feiten bevatten, met name met betrekking tot zijn situatie als LHBT'er in Oekraïne, en dat hij gehoord had moeten worden. De rechtbank overwoog dat op grond van de geldende wet- en regelgeving en het beleid het horen van eiser achterwege kon blijven omdat de informatie uit openbare bronnen afkomstig was en schriftelijk kon worden beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen nieuwe elementen had vastgesteld en dat de eerdere beoordeling breder was dan de veilige landen van herkomst-toets. De stelling dat verweerder vragen had over bepaalde stukken faalde omdat het aan eiser was om duidelijkheid te verschaffen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.