ECLI:NL:RBDHA:2020:6546
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Nederland volgens de Dublinverordening niet verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank overweegt dat Duitsland het verzoek tot terugname van de asielaanvraag heeft aanvaard en dat de staatssecretaris terecht is uitgegaan van de meerderjarige leeftijd van eiser, ondanks verschillende opgegeven geboortedata.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder nader onderzoek kan worden toegepast en dat hij in Duitsland geen adequate opvang en procedure heeft ontvangen. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de Duitse asielprocedure of opvang tekortschiet en dat verweerder daarom mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Duitsland.
Daarom wordt het beroep kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 16 juni 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.