ECLI:NL:RBDHA:2020:6545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ROV-maatregel 5 wegens vechtpartij in COA-opvang
Eisers, beiden van Syrische nationaliteit, kregen op 23 december 2019 een ROV-maatregel 5 opgelegd door het COA, inhoudende een inhouding van €12,95 per week op hun leefgeld gedurende vijf weken vanwege ernstige gedragingen en overlast veroorzaakt door een vechtpartij.
Eisers stelden dat zij slachtoffer waren van de vechtpartij en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat niet duidelijk was wie het incident had veroorzaakt en waarom de zwaardere maatregel 5 was opgelegd in plaats van maatregel 4. Zij overlegden aangiftes ter onderbouwing van hun onschuld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd welke feiten tot de maatregel hadden geleid en dat eisers zelf ook onaanvaardbaar en agressief gedrag hadden vertoond. De keuze voor maatregel 5 werd passend geacht gezien de impact van het incident op andere bewoners en COA-medewerkers.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het bestreden besluit zorgvuldig en proportioneel was genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Terborg-Wijnaldum op 1 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde ROV-maatregel 5 is ongegrond verklaard en de maatregel bevestigd.