ECLI:NL:RBDHA:2020:6541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gezinshereniging wegens niet-rechtsgeldig islamitisch huwelijk volgens Afghaans recht
Eiseres, een Afghaanse vrouw die na bekering van de referent tot het christendom een verblijfsvergunning asiel verkreeg, heeft een aanvraag ingediend voor gezinshereniging op basis van een islamitisch huwelijk gesloten in Afghanistan. De aanvraag werd afgewezen omdat het huwelijk niet rechtsgeldig zou zijn volgens het Afghaans Burgerlijk Wetboek, dat een huwelijk tussen een moslima en een niet-moslim man niet toestaat.
Eiseres betwistte de ongeldigheid van het huwelijk en verwees naar het Nederlandse vermoeden van rechtsgeldigheid van huwelijken en het verbod op toepassing van discriminerend vreemd recht. De rechtbank oordeelde echter dat het huwelijk volgens Afghaans recht nietig is en dat het vermoeden van rechtsgeldigheid kan worden weerlegd. Ook het beroep op het Nederlandse openbare orde-beginsel faalde omdat discriminatie in het buitenlandse recht niet leidt tot rechtsgeldigheid van het huwelijk.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen sprake is van een duurzame en exclusieve relatie die gelijkstaat aan een gezin in de zin van artikel 8 EVRM Pro, mede omdat eiseres en referent elkaar nooit persoonlijk hebben ontmoet en het islamitisch huwelijk zonder aanwezigheid van de referent werd voltrokken.
De rechtbank oordeelde tevens dat de hoorplicht niet is geschonden door verweerder en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag gezinshereniging wordt ongegrond verklaard omdat het islamitisch huwelijk niet rechtsgeldig is volgens Afghaans recht en er geen schending is van artikel 8 EVRM.