Uitspraak
Rechtbank den haag
- [pleegouder 1] en [pleegouder 2] (hierna: de pleegouders);
- Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden (hierna: de gecertificeerde instelling).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter die betrokken is bij de hoofdzaak over de vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing en het verblijf van haar minderjarige dochter. Verzoekster stelde dat de rechter te emotioneel betrokken is en niet meer objectief kan oordelen, omdat hij haar persoonlijk aansprak op het plaatsen van twitterberichten over de gecertificeerde instelling en de rechter zelf.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. Hoewel het begrijpelijk is dat verzoekster zich door de terechtwijzing aangesproken voelde, oordeelde de kamer dat dit incident geen voldoende zwaarwegende aanwijzing vormt voor het aannemen van de schijn van partijdigheid. De rechter mag immers optreden ter handhaving van de goede procesorde.
De wrakingskamer concludeerde dat geen sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en wees het wrakingsverzoek af. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.