ECLI:NL:RBDHA:2020:6318
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Na een eerder ongegrond verklaard beroep in een gerelateerde procedure, voldoet het verzoek niet langer aan het connexiteitsvereiste zoals gesteld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege de coronamaatregelen en kan niet worden aangevochten door hoger beroep.
Deze beslissing bevestigt het belang van de connexiteitsvereiste bij voorlopige voorzieningen in bestuursrechtelijke procedures en benadrukt de zorgvuldige toepassing van de Awb in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit met de hoofdzaak.