ECLI:NL:RBDHA:2020:6294
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteitsvereiste
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag behandelde op 2 juli 2020 het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit verzoek was verbonden aan een hoofdprocedure waarin het beroep van verzoeker reeds ongegrond was verklaard.
Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist en de connexiteitsvereiste is vervuld. Nu het hoofdberoep ongegrond werd verklaard, is niet langer voldaan aan deze connexiteitsvereiste. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af zonder proceskostenveroordeling en maakte gebruik van de mogelijkheid om zonder zitting uitspraak te doen vanwege de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J.P. Bosman en griffier E. Frieling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste.